Nieuws

De impact van het ‘vrij aanvullend pensioen WERKNEMER’ op de werkgever

29/05/2019

Wij willen u graag informeren over het VAPW dat is ingevoerd eerder dit jaar en dat toch wel wat impact kan hebben op u als werkgever.

De bedoeling van de nieuwe wetgeving is namelijk dat werknemers die beperkt of nog geen aanvullend pensioen opbouwen, dit nu zelf kunnen organiseren via inhouding op hun netto-loon.

Hierna een woordje uitleg, met onderaan een eventuele oplossing.

Hebt u voor elke werknemer reeds een groepsverzekering lopen met minstens een budget van 3% van het loon voor pensioenopbouw, is er voor u waarschijnlijk geen probleem…

Algemene werking VAPW
De werknemer beslist zelf om een VAPW af te sluiten.
Hij/zij kiest de pensioeninstelling (maatschappij) waarmee een pensioenovereenkomst wordt afgesloten en bepaalt zelf de hoogte van zijn bijdrage.
Deze bijdrage is echter beperkt. Elke werknemer kan zelf op MyPension aflezen hoe hoog de maximale premie voor hem of haar mag zijn.
Eenvoudig gesteld komt het neer op 3% van referentie-jaarbezoldiging en minstens € 1 600(*).
De werknemer geeft het attest van zijn keuze aan zijn werkgever.
De gekozen premie moet door werkgever ingehouden worden en doorgestort worden.

Fiscaliteit werknemer
De gestorte bijdragen genieten een belastingvermindering van 30% voor de werknemer.
Bij (vervroegde) pensionering wordt het opgebouwde kapitaal uitgekeerd en wordt het op dezelfde manier belast als werknemersbijdragen uit een pensioentoezegging die ingesteld is door een werkgever of sector.
Dit wil zeggen dat er naast een RIZIV-bijdrage van 3,55% en een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2%, er een bedrijfsvoorheffing van 10,09% zal ingehouden worden.
Belangrijk: Het pensioensparen en langetermijnsparen zijn fiscaal interessanter en de werknemer kan dus best eerst dit onderschrijven indien dit nog niet gebeurde. Die onderschrijving gebeurt volledig privé.

Verplichtingen werknemer
Als de werknemer beslist om een VAPW te onderschrijven, dan moet hij:
• 2 maanden op voorhand zijn werkgever informeren over de opstart, wijziging of stopzetting van de VAPW;
• bepalen hoeveel hij wil investeren;
• bepalen bij welke pensioeninstelling hij een pensioenovereenkomst afsluit;
• het VAPW-attest dat hij ontvangt van de gekozen pensioeninstelling bezorgen aan zijn werkgever;
• de identiteit, het adres en de bankgegevens van de pensioeninstelling bezorgen aan zijn werkgever;
• de contactgegevens bij de pensioeninstelling bezorgen aan zijn werkgever.

Verplichtingen werkgever
De werkgever heeft volgende verplichtingen:
• inhouding op het nettoloon, via het loonsecretariaat, van de bijdrage van de werknemer die de VAPW afsloot volgens de periodiciteit die door de werknemer werd gekozen;
• doorstorting van het ingehouden bedrag aan de pensioeninstelling die gekozen werd door de werknemer;
• doorvoeren van de aanpassingen die door werknemer aan het VAPW-contract werden aangebracht (periodiciteit van afhouding, verandering van pensioeninstelling, vermindering of vermeerdering van de bijdrage, stopzetting van het VAPW-contract).

Indien u dus voor al uw werknemers een groepsverzekering hebt lopen waarbij reeds meer dan 3% budget voorzien is voor pensioenopbouw, zal u hiermee niet geconfronteerd kunnen worden.

Echter, indien dat niet is, merkt u dat uw werknemers u dus serieus kunnen belasten met deze nieuwe pensioenopbouw.
Elke werknemer kan afkomen met een individueel contract waarbij steeds premie, periodiciteit en maatschappij anders kunnen zijn.
Vooral voor uw loonsecretariaat een belasting, maar alle communicatie verloopt hoedanook via u als werkgever…
U kan als werkgever ook zelf een kaderovereenkomst afsluiten met een verzekeringsmaatschappij (met bijna niet te verbeteren voorwaarden dan ) MAAR dan nog kan een werknemer toch opteren voor een ander plan, via zijn makelaar/agent..

Indien u nu reeds pensioenplannen hebt lopen, die de 3%-bijdrage benaderen, kan u overwegen om het budget op te trekken naar 3%, om de administratieve last te ontlopen.
Hier echter ook een MAAR, voor zij die arbeiders en bedienden in dienst hebben: u kan niet voor één categorie alleen het budget optrekken, want het verschil tussen arbeiders en bedienden mag niet groter worden en moet zelfs eerst gelijk getrokken worden.
Zijn in bestaande groepsverzekering reeds duidelijk omschreven categorieën aanwezig, kunnen we inderdaad bekijken om laagste bijdragen op te trekken indien nodig.
Uiteraard kan u hiermee ook wachten tot de eerste aanvraag voor VAPW binnenkomt…

U ziet, men heeft iets gecreëerd wat toch wel wat gevolgen kan gaan hebben.
Maatschappijen zijn zelf nu nog aan het bekijken hoe ze dit nieuwe pensioenvehikel gaan gebruiken of aanbieden.
Maar indien u reeds vragen hebt of wanneer u geconfronteerd wordt met uw eerste aanvraag, mag u ons altijd contacteren.

 

(*) De bijdrage van een werknemer voor het jaar 2019 is beperkt tot 3% van zijn referentieloon van het jaar 2017. Het referentieloon is het totale brutoloon dat hij ontvangen heeft en dat onderworpen was aan socialezekerheidsbijdragen. Als 3% van het referentieloon in het bijdragejaar 2019 lager is dan 1.600 EUR (geïndexeerd), dan is het maximumbedrag dat hij mag bijdragen gelijk aan 1.600 EUR (geïndexeerd).
Bij de bepaling van het maximumbedrag dat gestort kan worden, moet ook rekening worden gehouden met de pensioentoezegging die eventueel door zijn werkgever (of de sector waartoe hij behoort) is afgesloten. De bijdrage wordt dan verminderd met de “rendementsgezuiverde WAP-reserve-aangroei” tijdens het jaar 2017, waarbij rekening wordt gehouden met de gemiddelde intrestvoet van de OLO op 10 jaar in de periode van 2012 tot en met 2017.
Om de reserve-aangroei te berekenen, kan de werknemer zijn pensioenreserves voor de betrokken jaren terugvinden op www.mypension.be
Voor de volgende jaren wordt bovenstaande systematiek verder toegepast. Dus in 2020 wordt rekening gehouden met het salaris en de reserve-aangroei van 2018, het gemiddelde OLO-rendement van 2013 tot en met 2018, enz.


30/05 en 31/05 uitzonderlijk gesloten

29/05/2019

Ter gelegenheid van Onze Lieve Heer Hemelvaart is het kantoor uitzonderlijk gesloten op donderdag 30/05/2019 en vrijdag 31/05/2019 (brugdag).

Voor dringende zaken kan u steeds terecht op ons bijstandsnummer 057/23.97.53.


Uw verzekeringscontracten in één oogopslag met MyBroker

21/10/2018

Met MyBroker kan u:
– uw verzekeringen raadplegen
– uw contracten op een eenvoudige manier ondertekenen
– een schadegeval melden
– ons vragen stellen
– …

Ga naar www.mybroker.be of installeer de app en registreer u vandaag nog!


Werkzaamheden Telenet op 26/03/2018

22/03/2018

Op maandag 26 maart voert Telenet werken uit in onze straat. Hierdoor zijn wij niet of moeilijk bereikbaar via e-mail. Onze excuses voor het ongemak!


Trends Gazellen 2018

10/02/2018

Bamps Eurassur is genomineerd als Trends gazelle 2018.
De winnaars worden binnenkort bekend gemaakt.


Zelfstandigen zonder vennootschap kunnen weldra extra fiscaal sparen

05/06/2017

Op dit moment is het nog zo dat zelfstandigen met een vennootschap naast het VAPZ ook een IPT kunnen afsluiten.  Zo kunnen zij binnen de bestaande fiscale regels meer extra aanvullend pensioen opbouwen dan een zelfstandige zonder vennootschap.

Maar, dit verschil zal weggewerkt worden. (more…)


Arbeidsongevallen en preventie

19/05/2017

Dankzij verschillende preventiecampagnes en de verbetering van de veiligheid, is de voorbije 30 jaar, het aantal dodelijke arbeidsongevallen met 71% gedaald. Een bemoedigend resultaat dat nog kan worden verbeterd! Om het brede publiek te sensibiliseren over dit onderwerp, analyseerde AXA Belgium meer dan 140 000 aangegeven arbeidsongevallendossiers tussen 2013 en 2016.

Welke letsels leiden het vaakst tot invaliditeit? Welke lichaamsdelen zijn het meest kwetsbaar? Hebben de leeftijd en de anciënniteit een impact op de frequentie van de ongevallen? Wat zijn de voornaamste oorzaken?

Lees er alles over in dit persdossier!


CIM / inschrijvingsbewijs

20/04/2017

Bij de inschrijving van elk voertuig en voor elke toegekende kentekenplaat, reikt de DIV een inschrijvingsbewijs (CIM) uit.
Het CIM bewijst dat het voertuig in België werd ingeschreven. Dit document wordt opgestuurd per post naar het adres van de hoofdverblijfplaats van de aanvrager.
Het inschrijvingsbewijs bestaat uit twee delen. Het deel “voertuig” moet steeds in het voertuig worden bewaard wanneer het voertuig op de openbare weg rijdt, stilstaat of geparkeerd wordt.
Zelfs wanneer het voertuig niet meer ingeschreven is, moet de eigenaar van het voertuig het volledig document bijhouden.

De DIV heeft vastgesteld dat +/- 10.000 inschrijvingsbewijzen die via bpost verzonden werden, niet door de eigenaars in ontvangst werden genomen. Dit wil zeggen dat een groot aantal voertuigeigenaars niet over het goede inschrijvingsbewijs beschikken of gewoon zonder inschrijvingsbewijs rijden, wat niet mag!
Volgens een enquête van de DIV komt dat door het feit dat de voertuigeigenaar:
• vergeten is om het document af te halen
• verhuisd is
• geen tijd had om het document af te halen
• naar het buitenland vertrokken is
• denkt dat een nieuwe plaat volstaat bij verandering van voertuig
• de zending geweigerd heeft

Wie zijn inschrijvingsbewijs via bpost niet heeft ontvangen, wordt dringend verzocht contact op te nemen met de DIV op het volgende e-mailadres retour.div@mobilit.fgov.be.
Gelieve duidelijk het kentekennummer te vermelden en hoe het inschrijvingsbewijs moet worden bezorgd (verzending per post aan het adres van de eigenaar) of in ontvangst zal worden genomen (afhaling aan de loketten in Brussel of in een antenne).

  


‘Sudden Death’-verzekering: in meerdere gevallen erg interessant!

01/08/2016

Een plots overlijden kan vaak erg hoge financiële kosten veroorzaken. Zo kan het dat er onverwacht een hoog bedrag aan successie betaald moet worden. Of dat een investering die gedaan werd in iemands zaak, plots in rook opgaat door het wegvallen van een ‘keyperson’.

Bij een slepende ziekte is het nog mogelijk om regelingen te treffen. In geval van plots overlijden, hebben slachtoffer en nabestaanden die mogelijkheid niet.
Bewust van de gevolgen van een overlijden maar ook van de kosten van een gewone overlijdensverzekering, zien we regelmatig dat mensen of ondernemingen een verzekering afsluiten tegen ‘overlijden na ongeval’. Maar dat is vaak te beperkt, want een ‘ongeval’ wordt gekenmerkt door een externe oorzaak. En dus blijft de financiële kater bij overlijden door bijvoorbeeld hartaderbreuk of een andere lichamelijke oorzaak.
Een ‘Sudden Death’-verzekering komt dus dikwijls veel beter tegemoet aan de werkelijke noden.

Wanneer sluit u dan best een Sudden Death af?

(more…)


PC200 – wat met opgelegde verhoging?

01/02/2016

Vanaf juni 2016 zal iedere bediende in het PC200 (vroeger PC218) een bruto premie van € 250 (nog verhoogd met 33% patronale lasten) ter verhoging van de koopkracht ontvangen. En dit jaarlijks.

Dit betekent jaarlijks een effectieve kost voor de werkgever van € 332.
En indien dit als loon uitgekeerd wordt, houdt de bediende ongeveer € 125 netto over.

Echter, de premie mag ook vervangen worden door een gelijkwaardig nieuw voordeel.

(more…)