De impact van het ‘vrij aanvullend pensioen WERKNEMER’ op de werkgever

Wij willen u graag informeren over het VAPW dat is ingevoerd eerder dit jaar en dat toch wel wat impact kan hebben op u als werkgever.

De bedoeling van de nieuwe wetgeving is namelijk dat werknemers die beperkt of nog geen aanvullend pensioen opbouwen, dit nu zelf kunnen organiseren via inhouding op hun netto-loon.

Hierna een woordje uitleg, met onderaan een eventuele oplossing.

Hebt u voor elke werknemer reeds een groepsverzekering lopen met minstens een budget van 3% van het loon voor pensioenopbouw, is er voor u waarschijnlijk geen probleem…

Algemene werking VAPW
De werknemer beslist zelf om een VAPW af te sluiten.
Hij/zij kiest de pensioeninstelling (maatschappij) waarmee een pensioenovereenkomst wordt afgesloten en bepaalt zelf de hoogte van zijn bijdrage.
Deze bijdrage is echter beperkt. Elke werknemer kan zelf op MyPension aflezen hoe hoog de maximale premie voor hem of haar mag zijn.
Eenvoudig gesteld komt het neer op 3% van referentie-jaarbezoldiging en minstens € 1 600(*).
De werknemer geeft het attest van zijn keuze aan zijn werkgever.
De gekozen premie moet door werkgever ingehouden worden en doorgestort worden.

Fiscaliteit werknemer
De gestorte bijdragen genieten een belastingvermindering van 30% voor de werknemer.
Bij (vervroegde) pensionering wordt het opgebouwde kapitaal uitgekeerd en wordt het op dezelfde manier belast als werknemersbijdragen uit een pensioentoezegging die ingesteld is door een werkgever of sector.
Dit wil zeggen dat er naast een RIZIV-bijdrage van 3,55% en een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2%, er een bedrijfsvoorheffing van 10,09% zal ingehouden worden.
Belangrijk: Het pensioensparen en langetermijnsparen zijn fiscaal interessanter en de werknemer kan dus best eerst dit onderschrijven indien dit nog niet gebeurde. Die onderschrijving gebeurt volledig privé.

Verplichtingen werknemer
Als de werknemer beslist om een VAPW te onderschrijven, dan moet hij:
• 2 maanden op voorhand zijn werkgever informeren over de opstart, wijziging of stopzetting van de VAPW;
• bepalen hoeveel hij wil investeren;
• bepalen bij welke pensioeninstelling hij een pensioenovereenkomst afsluit;
• het VAPW-attest dat hij ontvangt van de gekozen pensioeninstelling bezorgen aan zijn werkgever;
• de identiteit, het adres en de bankgegevens van de pensioeninstelling bezorgen aan zijn werkgever;
• de contactgegevens bij de pensioeninstelling bezorgen aan zijn werkgever.

Verplichtingen werkgever
De werkgever heeft volgende verplichtingen:
• inhouding op het nettoloon, via het loonsecretariaat, van de bijdrage van de werknemer die de VAPW afsloot volgens de periodiciteit die door de werknemer werd gekozen;
• doorstorting van het ingehouden bedrag aan de pensioeninstelling die gekozen werd door de werknemer;
• doorvoeren van de aanpassingen die door werknemer aan het VAPW-contract werden aangebracht (periodiciteit van afhouding, verandering van pensioeninstelling, vermindering of vermeerdering van de bijdrage, stopzetting van het VAPW-contract).

Indien u dus voor al uw werknemers een groepsverzekering hebt lopen waarbij reeds meer dan 3% budget voorzien is voor pensioenopbouw, zal u hiermee niet geconfronteerd kunnen worden.

Echter, indien dat niet is, merkt u dat uw werknemers u dus serieus kunnen belasten met deze nieuwe pensioenopbouw.
Elke werknemer kan afkomen met een individueel contract waarbij steeds premie, periodiciteit en maatschappij anders kunnen zijn.
Vooral voor uw loonsecretariaat een belasting, maar alle communicatie verloopt hoedanook via u als werkgever…
U kan als werkgever ook zelf een kaderovereenkomst afsluiten met een verzekeringsmaatschappij (met bijna niet te verbeteren voorwaarden dan ) MAAR dan nog kan een werknemer toch opteren voor een ander plan, via zijn makelaar/agent..

Indien u nu reeds pensioenplannen hebt lopen, die de 3%-bijdrage benaderen, kan u overwegen om het budget op te trekken naar 3%, om de administratieve last te ontlopen.
Hier echter ook een MAAR, voor zij die arbeiders en bedienden in dienst hebben: u kan niet voor één categorie alleen het budget optrekken, want het verschil tussen arbeiders en bedienden mag niet groter worden en moet zelfs eerst gelijk getrokken worden.
Zijn in bestaande groepsverzekering reeds duidelijk omschreven categorieën aanwezig, kunnen we inderdaad bekijken om laagste bijdragen op te trekken indien nodig.
Uiteraard kan u hiermee ook wachten tot de eerste aanvraag voor VAPW binnenkomt…

U ziet, men heeft iets gecreëerd wat toch wel wat gevolgen kan gaan hebben.
Maatschappijen zijn zelf nu nog aan het bekijken hoe ze dit nieuwe pensioenvehikel gaan gebruiken of aanbieden.
Maar indien u reeds vragen hebt of wanneer u geconfronteerd wordt met uw eerste aanvraag, mag u ons altijd contacteren.

 

(*) De bijdrage van een werknemer voor het jaar 2019 is beperkt tot 3% van zijn referentieloon van het jaar 2017. Het referentieloon is het totale brutoloon dat hij ontvangen heeft en dat onderworpen was aan socialezekerheidsbijdragen. Als 3% van het referentieloon in het bijdragejaar 2019 lager is dan 1.600 EUR (geïndexeerd), dan is het maximumbedrag dat hij mag bijdragen gelijk aan 1.600 EUR (geïndexeerd).
Bij de bepaling van het maximumbedrag dat gestort kan worden, moet ook rekening worden gehouden met de pensioentoezegging die eventueel door zijn werkgever (of de sector waartoe hij behoort) is afgesloten. De bijdrage wordt dan verminderd met de “rendementsgezuiverde WAP-reserve-aangroei” tijdens het jaar 2017, waarbij rekening wordt gehouden met de gemiddelde intrestvoet van de OLO op 10 jaar in de periode van 2012 tot en met 2017.
Om de reserve-aangroei te berekenen, kan de werknemer zijn pensioenreserves voor de betrokken jaren terugvinden op www.mypension.be
Voor de volgende jaren wordt bovenstaande systematiek verder toegepast. Dus in 2020 wordt rekening gehouden met het salaris en de reserve-aangroei van 2018, het gemiddelde OLO-rendement van 2013 tot en met 2018, enz.